Eén 1 in 100-jaar overstroming vandaag kan om de 10 jaar voorkomen in de toekomst

 

Extreme afvoeren van rivierwater zullen vaker voorkomen, maar het is de vraag hoe hoog het water zal komen. Ondanks een toenemende hoeveelheid kennis over klimaatverandering, blijft onzekerheid over de exacte gevolgen ervan bestaan omdat tal van andere factoren van invloed zijn.

 

Meer en grotere overstromingen in Europa

 

In Europa zijn hevige neerslagevents de afgelopen 50 jaar sterk toegenomen, zelfs in regio’s die kampen met een afname van hun gemiddelde jaarlijkse neerslag, zoals het mediterraan gebied. Deze toename aan hevige neerslagevents heeft zich verder geuit in het voorkomen van overstromingen.  Er is een stijgende trend waar te nemen in het voorkomen van overstromingen over het Europese continent. 

 

Wetenschappers voorspellen dat deze trend zich over Europa zal verderzetten. En hoewel het zeker is dat overstromingen tegen het einde van de eeuw zullen toenemen, bestaat er grote onzekerheid omtrent de omvang van deze toename. Wetenschappers gebruiken computermodellen en statistiek om overstromingen in het verleden na te bootsen, ook om deze in een toekomstig klimaat te bestuderen. Berekeningen wijzen uit dat de frequentie van ernstige overstromingen in Europa zal tegen 2050 verdubbeld zal zijn en dat de jaarlijkse economische schade als gevolg hiervan bijna vervijfvoudigd zal worden. In Nederland werd voor de Rijn werd berekend dat een afvoer van ruim 12.000 kubieke meter per seconde (overeenkomend met de hoogwaters van 1993 en 1995) niet langer gemiddeld eens per 100 jaar zal voorkomen, maar eens per 30 jaar in 2050 en in het meest pessimistische scenario vaker dan eens per 10 jaar in 2085. Studies in het Verenigd Koninkrijk tonen aan dat voor North Umbria de kans op overstromingen met een factor 3 stijgen tegen 2020, en met een factor 5 tegen 2080 in de veronderstelling dat het 4 °C warmer wordt.

 

Vlaanderen zal vaker rivieroverstromingen ondervinden


Voor Vlaanderen is eveneens vastgesteld dat zeldzaam hoge rivierafvoeren, welke eenmaal om de 20 tot 100 jaar voorkomen, de laatste 20 jaar frequenter optreden. Zo is een terugkeerperiode van 100 jaar in 1996, huidig nog 60 à 85 jaar bedraagt; terwijl een afvoer met terugkeerperiode van 20 jaar huidig gedaald is tot een voorkomen om de 15-19 jaar.

Computermodellen voor Vlaanderen tonen aan dat dit zich in de toekomst verder zal ontwikkelen. De kans op overstromingen zal als gevolg van klimaatverandering gemiddeld toenemen met een factor 5 tot in het meest extreme geval een factor 15. Dit betekent dat een overstroming die zich momenteel eenmaal om de 100 jaar voordoet,  zich in de toekomst (tijdshorizon 2100) ongeveer eenmaal om de tien jaar zal voordoen onder een hoog-impact scenario. Hiermee lopen de bevindingen naar een stijgende trend en vaker voorkomen van overstromingen  gelijk met de grotere Europese rivieren.

Deze voorspelde wijzingen blijven echter inschattingen en zijn sterk afhankelijk van de uitstoot van broeikasgassen, en van de eigenschappen van het stroomgebied. Daarnaast zijn ook (toekomstige) menselijke ingrepen zoals ontbossing, het rechttrekken/baggeren van waterlopen, het verharden van oppervlakte, en het aanleggen van extra waterbuffering van belang. Dergelijke ontwikkelingen speelden eveneens  een rol in de waargenomen toename van het aantal overstromingen in bepaalde regio’s.

 

Bronnen: