Zeespiegelstijging niet enkel door smeltende ijskappen

 

Eén van de meest in het oog springende gevolgen van de opwarming van de aarde is het stijgen van de zeespiegel. Deze wordt niet enkel veroorzaakt door het afsmelten van ijskappen en gletsjers.

 

Afsmelten van ijskappen en gletsjers


Het afsmelten van gletsjers en ijskappen, tenminste voor zover die op land gelegen zijn, zorgt door het vergroten van de totale hoeveelheid water in de oceanen voor een stijging van de zeespiegel. Uit berekeningen blijkt dat gedurende de vorige eeuw het afsmelten van de gletsjers en de ijskappen en het afkalven van de ijsplaten op Groenland en Antarctica goed was voor ongeveer 62% van de stijging van de zeespiegel, en dus de belangrijkste oorzaak van stijgingen de vorige eeuw.

 

Uitzetting van het water bij hogere temperaturen


De stijging van de zeespiegel is ook voor een belangrijk deel het gevolg van het uitzetten van het water bij hogere temperaturen. Warmer water – tenminste boven de 4 °C – neemt meer plaats in dan koud water. Hoeveel het water aan volume toeneemt hangt onder andere af van het zoutgehalte van het water, van de diepte waarop het water zich bevindt en van de begintemperatuur. Zo stijgt een waterkolom van 100 m met een begintemperatuur van 10 °C, bij 1 °C opwarming, met 1,7 cm. Maar wanneer datzelfde water bij aanvang al 30 °C meet, zal het zeeniveau zelfs met 3,4 cm stijgen.  Zo stond gedurende de vorige eeuw het uitzetten van het oceaanwater in voor 38% van de zeespiegelstijging. Gedurende de periode 1993-2003 is door de stijgende temperaturen het uitzetten van het water belangrijker geworden en wordt nu verantwoordelijk geacht voor 57% van de zeespiegelstijging. Hiermee is ze de belangrijkste oorzaak van recente zeespiegelstijgingen.

 

Ook het landniveau kan dalen


Een relatieve zeespiegelstijging kan ook veroorzaakt of versterkt worden door het wegzakken van het land. Het bewegen van de bodemplaten is een lokaal fenomeen. Belangrijk zijn ook de nog steeds doorwerkende effecten van het verdwijnen van de ijslagen en gletsjers uit de laatste ijstijden. Gedurende die  ijstijden lagen er immers zware pakketten ijs op de aardkosten. Omdat deze laatste op de vloeibare aardmantel “drijven”, komen ze bij verminderde druk geleidelijk terug omhoog. Zo komt de aardkorst ter hoogte van Scandinavië nog steeds omhoog en daalt de bodem in Nederland met enkele centimeters per eeuw. België gedraagt zich op dit vlak vrij neutraal.

 

Bronnen