Verandering aan droogte t.g.v. klimaatverandering in Europa en Vlaanderen

 

Extreme droogte in Vlaanderen kan vaker en intenser voorkomen door een combinatie aan veranderde klimaatparameters. Echter droogte is een complex gegeven dat zich niet door één variabele in kaart laat brengen.

 

Verschillende types van droogte

 

Droogte is een breed begrip met vele facetten. Wanneer er sprake is van een gebrek aan (voldoende) neerslag in vergelijking met de gemiddelde neerslag over langere perioden spreken we van meteorologische droogte. Dit type van droogte gaat vaak over in agrarische droogte, die zich manifesteert in de vorm van een geringe aanvulling van het bodemvocht en grondwater, en bij tekorten gevolgen heeft voor de groei van de vegetatie en gewassen. Meteorologische droogte leidt ook tot verminderde hoeveelheden aan oppervlaktewater en verlaagde afvoeren in de waterlopen, hetgeen wordt gedefinieerd als hydrologische droogte.

 

Meteorologische droogte onder een veranderd klimaat

 

De eenvoudigste vorm van droogte om te berekenen is de meteorologische droogte. Europees onderzoek naar meteorologische droogte, gebaseerd op verschillende droogte-indexen en een ensemble van regionale klimaatmodellen voorspelt drogere omstandigheden voor het zuiden van Europa. Zowel de duur, de omvang en het voorkomen van droogte-events zullen gaan toenemen.  Voor 2100 is berekend dat 37% van Europese continent  een toename aan matige (SPI < -1) en ernstige droogte (SPI < -2) zal ondervinden onder het extreme RCP 8.5 scenario. De grootste toenames in omvang worden verwacht boven het Iberisch schiereiland, Zuid-Italië en het oosten van het Middellandse Zeegebied. Gematigde droogtes kunnen er tot 50% van de tijd voorkomen in de toekomst, waar dat onder het huidig klimaat tot maximaal 16% van de maanden was. Daartegenover staat dat er ook regio’s zijn waar het aantal meteorologische droogte-events zal afnemen. Deze bevinden zich in het noorden van Europa.

Wat betreft de duur van droogte-events zal deze niet significant veranderen in de komende 30 jaar, maar wel met 10 tot 30% langer worden tegen 2100 onder het RCP 8.5-scenario.  De zones waar deze veranderingen zijn vastgesteld liggen voornamelijk aan de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan. Ook het aantal droogte-events gaat toenemen in de toekomst.  Volgens het RCP 8.5 scenario zullen er tot 15 maanden meer extreem droge maanden voorkomen in de periode 2071-2100, terwijl voor Vlaanderen een stijging van 4 tot 7 maanden kan worden afgeleid. 

Studies gericht op Vlaanderen bevestigen deze resultaten van toenemende lengte, omvang en voorkomen van droogte-events tegen het einde van de eeuw. De veranderingen in de studies worden uitgedrukt aan de hand van het totaal neerslagtekort gedurende het hydrologisch zomerseizoen. Een neerslagtekort dat zich nu gemiddeld eens om de 20 jaar voordoet, kan zich in de toekomst gemiddeld eens om de 2 jaar kan voordoen. De omvang van dit neerslagtekort zal stijgen tot 485 mm (tegenover 237 mm in het huidig klimaat), en het aaneensluitend aantal dagen met een extreem neerslagtekort, gedefinieerd als het tekort dat eenmaal om dat 20 jaar voorkomt, kan tot een factor 4 stijgen.

 

Toekomstige laagwaterafvoeren

 

Bij aanhoudende droogte wordt ook het agro-ecologisch systeem en de afvoer via de rivieren geïmpacteerd.  De verdroging zal de kans op laagwaterproblemen in onze rivieren aanzienlijk doen toenemen. Een daling van deze laagwaterdebieten wordt als maat gehanteerd voor de hydrologische droogte. Grootschalig Europees onderzoek karteerde de impact van klimaatverandering op de minimumafvoer, voorgesteld als het laagste debiet eens om de 20 jaar, en de watertekorten op de grote waterlopen. De resultaten geven aan dat tegen 2020 in de meest zuidelijke delen van Europa - Iberisch schiereiland en zuidoostelijk Balkan -  de minimumafvoer 10-20% lager zal zijn ten opzichte van de toestand in 2000. Naar 2050 zullen deze afvoeren in het zuiden geleidelijk verder afnemen, en zal deze negatieve impact op lage afvoeren zich verder naar het noorden uitbreiden. Tegen het einde van eeuw kan voor het grootste deel van het zuiden en westerse delen van Europa een daling van zijn laagste afvoeren worden verwacht. Het Iberisch schiereiland, Italië en de Balkanregio zullen het meest getroffen zijn, met reducties tot 40% tegen 2080s, maar ook Frankrijk en in mindere mate het Verenigd Koninkrijk, Ierland en België zullen lager ervaren minimale stromen. Impactstudies specifiek gericht op Vlaanderen geven aan dat het laagste jaarlijkse laagwaterdebiet zou tegen 2100 met meer dan 20 procent dalen in het gunstige scenario en tot gemiddeld 70 procent in het meest ongunstige scenario.

 

Bron

  • Boukhris, O., 2008, Climate change impact on hydrological extremes along rivers in Flanders. PhD Thesis. Katholieke Universiteit Leuven (KUL): Leuven. ISBN 978-90-5682-948-3. 195 pp.
  • Forzieri, G., Feyen, L., Rojas, R., Flörke, M., Wimmer, F. and Bianchi, A., 2014, 'Ensemble projections of future streamflow droughts in Europe', Hydrology and Earth System Sciences 18(1), 85–108, https://doi.org/10.5194/hess-18-85-2014
  • Marx, A., Kumar, R., Thober, S., Rakovec, O., Wanders, N., Zink, M., Wood, E. F., Pan, M., Sheffield, J., and Samaniego, L, 2018, Climate change alters low flows in Europe under global warming of 1.5, 2, and 3 °C, Hydrol. Earth Syst. Sci., 22, 1017-1032, https://doi.org/10.5194/hess-22-1017-2018
  • Stagge, J. H., Rizzi, J., Tallaksen, L. M. and Stahl, K., 2015, Future meteorological drought: Projections of regional climate models for Europe, Drought R&SPI Technical Report No 25, Oslo.
  • https://www.eea.europa.eu/publications/climate-change-impacts-and-vulnerability-2016