Hitte

Door klimaatverandering stijgt de temperatuur. We spreken over een hittegolf als een hitte-episode minstens 3 dagen aanhoudt, de temperatuur overdag boven 29,6 °C stijgt en ’s nachts blijft hangen boven de 18,2 °C. Een hittegolf leidt tot hittestress vooral bij 65-plussers en jonge kinderen, soms zelfs met oversterfte tot gevolg.

 

Wat is het probleem?

 

De jaarlijkse gemiddelde temperatuur in ons land is sinds het einde van de 19de eeuw sterk toegenomen. De gemiddelde jaartemperatuur ligt in Ukkel momenteel  2,5 °C hoger dan 200 jaar geleden, dat is ruim 1,6 °C meer dan de mondiale gemeten temperatuurstijging. 

 

Niet alleen de gemiddelde temperaturen lopen op, we krijgen ook meer tropische dagen (warmer dan 30 °C) en hittegolven komen frequenter voor. In het verleden was er in Vlaanderen om de drie jaar een hittegolf, nu gebeurt dit jaarlijks.

 

Hittestress door stijgende temperaturen zien we vooral in de bebouwde omgeving, minder in de landelijke omgeving. Vooral ’s nachts loopt het temperatuurverschil tussen een stad en haar landelijke omgeving op tot enkele graden, soms zelfs met uitschieters tot 7 à 8 °C en meer. Hittegolven treden daardoor frequenter én intenser op in steden. Hoe groter de stad, hoe groter het effect. Ook afstand tot de zee en bodemsamenstelling spelen een rol. Groen in de stad heeft een belangrijk milderend effect.

 

Wat voorspellen de klimaatscenario's

 

Temperatuur stijgt


De temperatuur in Vlaanderen zal alleen maar verder toenemen. Er wordt verwacht dat de jaargemiddelde temperatuur tegen 2100 tussen de 0,7 en 7,2 °C hoger zal liggen dan in de referentieperiode rond 2000. In december-januari-februari schommelt deze stijging tussen 0,9 °C en 6,2 °C. In juni-juli-augustus tussen 0,2 °C en 8,9 °C. De toename in seizoengemiddelden kan hoger zijn dan de jaargemiddelde stijgingen.

 

Aantal extreem warme dagen stijgt, meer hittegolven


Het aantal extreem warme dagen (daggemiddelde temperatuur > 25 °C) kan stijgen van slechts enkele dagen nu tot 74 dagen tegen 2100. Het aantal extreem koude dagen (daggemiddelde temperatuur < 0 °C) zou weer kunnen terugvallen tot 0 per jaar. In deze scenario’s krijgen we ook vaker te maken met hittestress. Hittegolven zullen langer aanslepen en zwaarder doorwegen, vooral in steden. In steden is het sowieso al warmer tijdens hittegolven en de steden zullen uitbreiden. 

 

In alle klimaatscenario’s neemt het aantal hittegolfdagen en het aantal hittegolfgraaddagen (een maat voor de hittestress waaraan inwoners worden blootgesteld) overal in Vlaanderen toe ten opzichte van het huidige klimaat. Nu zijn de gezondheidseffecten nog beperkt tot sporadische extreem warme perioden. In de (nabije) toekomst zullen er meer effecten zijn in grotere delen van Vlaanderen. Onder het niet langer uit te sluiten hoge impactscenario kan in 2050 zelfs overal in Vlaanderen sprake zijn van ernstige overlast door hitte. Gemiddeld zou een jaar dan 18 hittegolfdagen kunnen tellen en naar 2100 toe zelfs 50, te vergelijken met de huidige 4 hittegolfdagen. Ook nagenoeg alle kwetsbare instellingen zoals scholen, ziekenhuizen en crèches krijgen dan jaarlijks te maken met beduidende hittestress.

 

Wat is de gezondheidsimpact van hitte?

 

Hogere temperaturen kunnen een belangrijke gezondheidsimpact hebben, zeker in stedelijke agglomeraties die relatief veel warmte vasthouden. Het effect van extreme luchttemperaturen uit zich onder andere in hittestress. Vooral hittegevoelige bevolkingsgroepen, jonge kinderen en ouderen, ondervinden hier overlast en schadelijke gezondheidseffecten van. Zo werd er tijdens de uitzonderlijk warme zomer van 2003 zelfs een oversterfte van 2052 hitteslachtoffers geregistreerd in ons land. Dat was de aanleiding voor het eerste Belgische ‘Ozon- en hittegolfplan’, van kracht vanaf de zomer van 2005.

 

 

Bekijk hitte op kaart

VEELGESTELDE VRAGEN

Waarom tonen we in het Klimaatportaal enkel het hoog-impactscenario?

 

Zowel het laag, midden als hoog-impactscenario op kaart tonen, zou een erg onoverzichtelijk resultaat geven. Daarom tonen we enkel het huidige klimaat en het hoog-impactscenario voor de klimaattoestanden, -effecten en socio-economische impacts.

 

Wanneer we alle huidig beschikbare klimaatmodelresultaten die relevant zijn voor Vlaanderen op een rij zetten, komt het hoog-impactscenario overeen met de bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval: 95% van die resultaten geven een lagere inschatting van klimaatverandering en 5% een nog hogere. Het gehanteerde hoog-impactscenario komt overeen met het internationaal gehanteerde RCP8.5 broeikasgasscenario.

 

Dit betreft een ’business-as-usual’-scenario inzake wereldwijde uitstoot en concentraties aan broeikasgassen, waarbij het huidige uitstootpad blijft aangehouden en de mens er niet in slaagt de komende decennia de weg naar een mondiale, koolstofarme economie in te slaan.

 

Onderstaande figuur toont aan hoe het RCP8.5-scenario zich verhoudt t.o.v. de andere RCP-scenario’s en welk bereik aan mondiale temperatuurtoenamewaarden (t.o.v. de pre-industriële periode) overeenkomt met elk van de RCP-scenario’s.

 
Het hoog-impactscenario houdt dus rekening met een wereldwijd gemiddelde temperatuurstijging tussen de 3,2 en 5,4 °C tegen 2100, ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. De werkelijke klimaatverandering zal ‘met hoge waarschijnlijkheid’ gelegen zijn tussen het huidige klimaat en wat het hoog-impactscenario aangeeft. Dat zien we nu al in de evoluties en dat zal zich de komende decennia geleidelijk aan verderzetten.


Wat zal uiteindelijk het effectieve klimaat zijn in 2100? Dit is sterk afhankelijk van de mondiale uitstoot aan broeikasgassen in de komende decennia. Inspanningen wereldwijd hebben hier een sterke invloed op. Maar het hoog-impactscenario – dat niet langer uit te sluiten is – biedt een goed referentiekader om onze regio meer weerbaar en klimaatbestendig te maken, wanneer Vlaanderen wil anticiperen op de mogelijke klimaatverandering.

 

Uitzondering op bovenstaande is het thema 'Zeespiegelstijging'. In het kader van de kustverdediging bestaan 2 scenario's voor onze kust: een midden-variant (met 80 cm stijging van het stormvloedniveau tegen 2100) en een 'worst case'-variant (met 240 cm stijging van het stormvloedniveau tegen 2100). In het verlengde van het Masterplan Kustveiligheid dat momenteel wordt uitgevoerd door Afdeling Kust, geeft het Klimaatportaal in het thema 'Zeespiegelstijging' de waterstanden weer bij een 1000-jarige storm volgens het midden-scenario.